ECLI:NL:RBROT:2010:BL8874
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht advocaat bij advisering ontslag op staande voet in zorginstelling
De zaak betreft een geschil tussen een bestuurder van de IJsselmeerziekenhuizen en diens advocaatkantoor over de nakoming van een overeenkomst van rechtsbijstand. De bestuurder werd geconfronteerd met ernstige tekortkomingen in het operatiekamercomplex, wat leidde tot een voorgenomen ontslag op staande voet door de Raad van Toezicht. De advocaat adviseerde de bestuurder akkoord te gaan met een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden.
De bestuurder stelt dat de advocaat onvoldoende heeft voorgelicht over de financiële consequenties, waaronder het verlies van aanspraak op een WW-uitkering, en dat het advies te veel nadruk legde op het voorkomen van reputatieschade. De advocaat en het kantoor betwisten dat sprake is van tekortkoming, stellende dat het ontslag op staande voet waarschijnlijk stand zou houden en dat de bestuurder geen beter resultaat had kunnen bereiken.
De rechtbank oordeelt dat van een specialist op het gebied van ontslagrecht mag worden verwacht dat hij zijn cliënt adequaat voorlicht over de goede en kwade kansen en de financiële risico's. Het debat over de precieze inhoud van de voorlichting is echter nog onvoldoende feitelijk uitgewerkt, reden waarom de rechtbank de zaak aanhoudt voor nadere conclusies na tussenvonnis. De beoordeling van de schade zal mede afhangen van de uitkomst van deze conclusies.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere conclusies na tussenvonnis over de advisering door de advocaat en de schadevaststelling.