ECLI:NL:RBROT:2010:BL8782
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing onrechtmatige daad school bij chronische migraine leerling
De zaak betreft een leerling met ernstige chronische migraine die van 2005 tot 2008 op het Libanon Lyceum te Rotterdam stond ingeschreven. De leerling en haar moeder vorderen schadevergoeding en een verklaring voor recht wegens vermeende onvoldoende begeleiding door de school, bestuurd door Stichting BOOR. De school was op de hoogte van de ziekte en voerde een streng absentiebeleid.
De rechtbank oordeelt dat de school een grote mate van beleidsvrijheid heeft bij de inrichting van onderwijs en begeleiding, en dat de civiele rechter slechts marginaal toetst. De eisers hebben onvoldoende concrete feiten gesteld om onrechtmatig handelen aan te tonen. Zij hebben ook niet gereageerd op het verweer dat zij geen gebruik wilden maken van aangeboden faciliteiten.
De klachtencommissie had deels gegrond verklaard dat de school onvoldoende initiatief nam, maar dit leidt niet automatisch tot civiele aansprakelijkheid. De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatige daad en tekortkoming door de school.