ECLI:NL:RBROT:2010:BL7403
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dwangbevelen gemeente tegen individuele VvE-eigenaars inzake bestuursdwangkosten
De zaak betreft een geschil tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de gemeente Rotterdam over de invordering van bestuursdwangkosten. De gemeente legde dwangbevelen op aan individuele eigenaars voor kosten die voortvloeien uit een bestuursdwangbesluit gericht aan de VvE. Opposanten stelden dat deze dwangbevelen onrechtmatig zijn, onder meer omdat het bestuursdwangbesluit niet aan hen was gericht en de kosten exorbitant hoog zijn.
De rechtbank stelt vast dat het bestuursdwangbesluit en de daaropvolgende beschikking op bezwaar rechtmatig zijn en dat de VvE gehouden is tot uitvoering van de herstelwerkzaamheden. De dwangbevelen zijn echter uitgevaardigd door een bestuursorgaan dat daartoe niet bevoegd was, maar deze onbevoegdheid wordt achteraf bekrachtigd, waardoor dit bezwaar faalt. Wel oordeelt de rechtbank dat de dwangbevelen niet aan individuele eigenaars kunnen worden opgelegd, omdat het bestuursdwangbesluit zich richt op de VvE als overtreder.
In reconventie bevestigt de rechtbank dat individuele eigenaars hoofdelijk aansprakelijk zijn voor hun aandeel in de schuld van de VvE, zodat de gemeente via een reguliere civiele procedure betaling kan vorderen. De rechtbank wijst de vordering van opposanten toe om de dwangbevelen buiten werking te stellen en wijst de vordering van de gemeente tot incasso via dwangbevel af. De rechtbank wijst ook op de stelplicht en bewijslast van de gemeente voor de kosten en geeft partijen gelegenheid tot nadere specificatie en onderbouwing van hun standpunten.
Uitkomst: De dwangbevelen aan individuele eigenaars worden buiten werking gesteld; individuele eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor hun aandeel in de schuld van de VvE.