ECLI:NL:RBROT:2010:BL4462
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- M.K. Bulterman
- J.D.M. Nouwen
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde weigering tot verwijdering politiegegevens na vrijspraak
Eiser verzocht op 11 april 2007 de verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de politiebestanden van Rotterdam-Rijnmond, omdat hij in twee strafzaken was vrijgesproken. Verweerder weigerde dit verzoek op 1 juli 2008, stellende dat de gegevens noodzakelijk waren voor de handhaving van de rechtsorde en de uitvoering van de politietaak. De rechtbank overwoog dat de registratie van de gegevens terecht was omdat eiser destijds als verdachte gold.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder de weigering onvoldoende had gemotiveerd. Verweerder verwees slechts in algemene termen naar het doel van de handhaving van de rechtsorde en de politietaak zonder concreet in te gaan op de door eiser aangevoerde argumenten. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel zoals neergelegd in artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Tevens werd overwogen dat het feit dat eiser is vrijgesproken niet automatisch leidt tot verwijdering van alle politiegegevens, maar dat een zorgvuldige afweging en motivering vereist is.
De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij weigering van verzoeken tot verwijdering van politiegegevens, ook als de betrokkene is vrijgesproken. De rechtbank bevestigt dat gegevensverwerking rechtmatig kan zijn zolang de gegevens noodzakelijk zijn voor de politietaak en handhaving van de rechtsorde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van verwijdering van politiegegevens wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.