ECLI:NL:RBROT:2010:BL4438

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
305394 / HA ZA 08-987
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 125 RvArt. 222 lid 1 RvArt. 215 RvArt. 17 lid 2 CMRArt. 23 CMR
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vrijwaringsincident en voeging in civiele zaak over transportschade parfumzending

In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam staat een geschil centraal over de aansprakelijkheid voor transportschade aan een parfumzending van Italië naar Nederland. [eiseres] vordert primair dat bepaalde gedaagden niet-ontvankelijk worden verklaard in een eventuele schadevordering, subsidiair dat zij niet aansprakelijk is voor de transportschade en meer subsidiair dat haar aansprakelijkheid beperkt is tot het bedrag volgens artikel 23 CMR Pro.

Limoni SRL en Castinghome GMBH hebben een incident tot oproeping in vrijwaring en een incident tot voeging ingediend. Zij wensen JTG Trading B.V. te dagvaarden om op de eis in vrijwaring te antwoorden en verzoeken de vrijwaringszaak te voegen bij de hoofdzaak. De rechtbank oordeelt dat de vrijwaringszaak nog niet aanhangig is omdat de dagvaarding nog niet is betekend en derhalve niet op de rol staat. Op grond van artikel 222 lid 1 Rv Pro is voeging daarom niet mogelijk in dit stadium.

De rechtbank wijst het verzoek tot voeging af, wijst de oproeping in vrijwaring toe en bepaalt dat de zaak opnieuw op de rol komt voor conclusies van antwoord van Limoni en Castinghome. De kosten van het incident tot voeging worden aan Limoni en Castinghome opgelegd, terwijl de kosten van het vrijwaringsincident worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

De procedurele regels omtrent aanhangigheid en voeging worden toegelicht, waarbij een redelijke uitleg van het begrip 'aanhangig' in artikel 222 Rv Pro vereist dat de zaak op de rol staat. De rechtbank houdt rekening met de mogelijkheid dat in de hoofdzaak en vrijwaringszaak gelijktijdig en door dezelfde rechter wordt beslist, wat tegemoetkomt aan het belang van Limoni en Castinghome.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voeging af maar staat de oproeping in vrijwaring toe en bepaalt verdere behandeling op de rolzitting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 305394 / HA ZA 08-987
Uitspraak: 3 februari 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. O.E. Meijer.
- tegen -
1. de rechtspersoon naar het recht van haar plaats van haar vestiging
LIMONI SRL.
gevestigd te Bentivoglio, Italië,
gedaagde sub 3,
eiseres in het incident,
2. de vennootschap naar het recht van haar plaats van haar vestiging,
CASTINGHOME GMBH,
gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,
gedaagde sub 4,
eiseres in het incident,
advocaat mr. A.J. van Steenderen.
[eiseres] wordt hierna aangeduid als [eiseres], Limoni SRL als "Limoni" en Castinghome GMBH als "Castinghome".
1 Het verloop van het geding
1.1
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaardingen d.d. 14 februari 2008, met internationale betekeningstukken;
- akte overlegging producties door [eiseres], met 3 producties;
- incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring tevens tot voeging van Limoni en Castinghome;
- akte tot referte in het incident tot oproeping in vrijwaring en voeging van [eiseres].
1.2
[eiseres] heeft in de hoofdzaak Limoni en Castinghome met vijf anderen gedagvaard. In dit vonnis worden alleen de door Limoni en Castinghome opgeworpen incidenten tot oproeping in vrijwaring en tot voeging behandeld.
2 De vordering in de hoofdzaak
2.1
De vordering van [eiseres] luidt dat de rechtbank bij vonnis voor recht verklaart primair:dat gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of Limoni en/of Castinghome en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 en/of gedaagde sub 7 in een eventuele schadevordering jegens eiseres niet ontvankelijk zijn/is;
subsidiair: dat [eiseres] niet aansprakelijk is jegens gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of Limoni en/of Castinghome en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 en/of gedaagde sub 7 ter zake van de transportschade met betrekking tot de zending parfum van Italië naar Nederland ter aflevering aan gedaagde sub 1, onder CMR vrachtbrief d.d. 24 juli 2007;
meer subsidiair: dat [eiseres] niet verder aansprakelijk is jegens gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of Limoni en/of Castinghome en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 en/of gedaagde sub 7 dan tot het verschuldigde blijkens artikel 23 CMR Pro, daaronder niet vallende de invoerrechten/accijnzen/BTW en/of overige douanerechten, welke door ladingbelanghebbenden mogelijk verschuldigd zijn geworden of zullen worden als gevolg van de diefstal van parfum,
alles met veroordeling van gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of Limoni en/of Castinghome en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 en/of gedaagde sub 7 in de kosten van het geding bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
2.2
[eiseres] heeft aan haar vordering - verkort weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.
[eiseres] heeft op of omstreeks 24 juli 2007 in opdracht van [betrokkene]. een zending parfum van Bentivoglio, Italië naar Farmsum vervoerd. Tijdens dit vervoer is een gedeelte van de zending parfum verdwenen. [eiseres] is op grond van artikel 17 lid 2 CMR Pro niet aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van de verdwijning daarvan.
Subsidiair stelt [eiseres] dat zij niet aansprakelijk is voor een hoger bedrag dan de beperking welke is opgenomen in artikel 23 CMR Pro. Voorts zijn de invoerrechten, accijnzen of BTW geen kosten die ingevolge artikel 23 lid 4 CMR Pro voor rekening van [eiseres] komen.
3 De vorderingen in de incidenten
3.1
Limoni en Castinghome vorderen dat de rechtbank zal gelasten dat JTG Trading B.V. (gedaagde sub 1 in de hoofdzaak en hierna te noemen: JTG) op hun verzoek zal worden gedagvaard om op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, onder voeging van de vrijwaringszaak met de onderhavige zaak, kosten rechtens.
3.2
Limoni en Castinghome stellen daartoe - kort gezegd - het volgende.
Limoni heeft de zending parfum verkocht aan Castinghome, die op haar beurt de zending parfum heeft verkocht en "ex-works" geleverd aan JTG. Castinghome heeft de zending parfum bij Limoni aan [betrokkene]. althans [eiseres] ten vervoer meegegeven. De zending parfum reisde voor risico van JTG, niet van Limoni of Castinghome. Voorts handelt JTG onrechtmatig jegens Limoni en Castinghome door te weigeren akkoord te gaan met een schikking. JTG dient alle kosten die Limoni en Castinghome als gevolg van de procedures maken, te vergoeden.
Limoni en Castinghome stellen daarnaast dat zowel de oorzaak als het feitencomplex zo zijn verweven dat om redenen van doelmatigheid gelijktijdige behandeling van de vrijwaringszaak met de hoofdzaak geboden is, zodat deze gevoegd dienen te worden.
3.3
[eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank in de incidenten.
4 De beoordeling
in het vrijwaringsincident
4.1
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is in het eerste processtuk en derhalve tijdig genomen.
4.2
Voor toewijzing van een vordering tot vrijwaring is noodzakelijk, maar ook voldoende dat uit de stellingen van de eiser tot vrijwaring genoegzaam kan volgen dat de in vrijwaring op te roepen persoon krachtens zijn rechtsverhouding tot de eiser tot vrijwaring verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak te dragen.
4.3
Limoni en Castinghome hebben gemotiveerd gesteld dat tussen hen en JTG een rechtsverhouding bestaat die voor laatstgenoemde zodanige verplichting tot het dragen van de nadelige gevolgen in de hoofdzaak meebrengt. De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is daarom voor toewijzing vatbaar, terwijl deze niet is weersproken.
4.4
De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van de proceskosten aanhouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
in het incident tot voeging
4.5
Uit artikel 222 lid 1 Rv Pro volgt dat voeging kan worden gevorderd van verknochte zaken die voor dezelfde rechter aanhangig zijn. Hoewel uit artikel 125 Rv Pro volgt dat een zaak aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding, brengt een redelijke uitleg van het begrip "aanhangig" in de zin van artikel 222 Rv Pro mee dat slechts ter rolle ingeschreven zaken gevoegd kunnen worden.
Nu de dagvaarding in de vrijwaringszaak (hangende de beslissing in het vrijwaringsincident) nog niet is betekend, is de vrijwaringszaak niet op de rol ingeschreven. Voeging op grond van artikel 222 lid 1 Rv Pro is daarom in dit stadium van de procedure niet mogelijk.
Daarom zal de incidentele vordering tot voeging van de vrijwaringszaak met de onderhavige zaak worden afgewezen.
Overigens brengt het bepaalde in artikel 215 Rv Pro mee dat indien mogelijk in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak gelijktijdig en door dezelfde rechter zal worden beslist. Daarmee wordt aan het belang van Limoni en Castinghome tegemoetgekomen.
4.6
Limoni en Castinghome zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident.
in de hoofdzaak
4.7
De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van conclusies van antwoord door Limoni en Castinghome.
5 De beslissing
De rechtbank,
in het vrijwaringsincident
staat Limoni en Castinghome toe om JTG Trading B.V., gevestigd te Dordrecht, te dagvaarden tegen de roldatum woensdag 3 maart 2010 teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;
reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in het incident tot voeging
wijst de vordering af;
veroordeelt Limoni en Castinghome in de aan de zijde van [eiseres] gevallen kosten van dit incident, tot aan deze uitspraak bepaald op nihil aan verschotten en € 226,00 aan salaris voor de advocaat;
in de hoofdzaak
bepaalt dat deze zaak wederom zal worden uitgeroepen op de rolzitting van woensdag 3 maart 2010 voor conclusies van antwoord aan de zijde van Limoni en Castinghome.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger.