ECLI:NL:RBROT:2010:BL4418
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- A. Verweij
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek dakopbouw wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de plaatsing van een dakopbouw op het perceel van A., waarvoor in 2001 een bouwvergunning is verleend die onherroepelijk is verklaard. Na diverse procedures en bezwaren, waaronder een eerdere vernietiging van een besluit tot weigering van handhaving, heeft verweerder het verzoek om handhaving in 2009 opnieuw afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overweegt dat het verzoek van 9 maart 2009 een herhaalde aanvraag is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, waarvoor nieuwe feiten of veranderde omstandigheden moeten worden aangevoerd om tot een ander besluit te kunnen komen. Eisers stelden dat de dakopbouw in strijd is met het bestemmingsplan, maar dit argument had al bij de vergunningverlening in 2001 ingebracht kunnen worden. Het feit dat het bezwaar toen niet ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding, maakt dit niet tot een nieuw feit.
De rechtbank verwijst ook naar eerdere uitspraken, waaronder die van 24 juli 2007 en 17 april 2003, waarin de stand van zaken en eerdere beslissingen zijn bevestigd. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.