ECLI:NL:RBROT:2010:BL4348
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst wegens verzwijging onteigeningsvoornemen en rechtsgeldige cessie hypotheekrechten
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen verkopers en koper van een pand te Rotterdam, waarbij de verkopers het voornemen van de gemeente tot onteigening van het pand niet aan koper hadden medegedeeld. Koper ontdekte dit pas na het sluiten van de koopovereenkomst en stelde dat hij de overeenkomst niet had gesloten als hij van het onteigeningsvoornemen op de hoogte was geweest. De rechtbank oordeelde dat het onteigeningsvoornemen een essentiële omstandigheid is die medegedeeld moet worden aan de koper, tenzij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat koper hiervan op de hoogte was. Omdat verkopers dit niet hadden gedaan en koper niet bekend was met het onteigeningsvoornemen, werd de koopovereenkomst vernietigd wegens dwaling.
Daarnaast was er een geschil over de uitvoering van sloopwerkzaamheden door koper en de daaruit voortvloeiende schade, maar verkopers hadden onvoldoende onderbouwing geleverd om schadevergoeding toe te kennen. Ook werden vorderingen tot betaling van een contractuele boete afgewezen omdat de overeenkomst was vernietigd. De rechtbank bevestigde dat de cessie van de hypotheekrechten van de verkopers aan koper rechtsgeldig was en dat koper gerechtigd was tot uitkering van de schadeloosstelling die in de onteigeningsprocedure was vastgesteld en geconsigneerd.
De rechtbank wees de vorderingen van verkopers af, veroordeelde hen in de proceskosten en stelde koper in het gelijk met betrekking tot de cessie en de uitkering uit de consignatiekas. Tevens werden verkopers hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het restant van de hypothecaire vordering met rente aan koper.
Uitkomst: De koopovereenkomst wordt vernietigd wegens verzwijging onteigeningsvoornemen en de cessie van hypotheekrechten aan koper wordt bevestigd met recht op uitkering uit consignatie.