ECLI:NL:RBROT:2010:BL4033
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J. van den Broek-Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen huisverbod ondanks hoge leeftijd en slechte gezondheid
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 13 januari 2010 uitspraak gedaan in een zaak waarin een verzoeker bezwaar maakte tegen een huisverbod dat hem was opgelegd voor tien dagen. Het huisverbod was gebaseerd op een melding van huiselijk geweld waarbij de vrouw en stiefdochter van de verzoeker aangifte hadden gedaan. Ondanks de hoge leeftijd en slechte gezondheid van verzoeker, oordeelde de rechter dat het belang van de veiligheid van de huisgenoten zwaarder woog.
De politie ontving op 4 januari 2010 een melding van huiselijk geweld en constateerde letsel bij de stiefdochter. Eerdere incidenten en overmatig alcoholgebruik van verzoeker waren ook geregistreerd. Hoewel de verklaringen van de vrouw en stiefdochter niet altijd consistent waren, vond de rechter dat er voldoende feiten waren om het huisverbod te rechtvaardigen.
Het besluit was gebaseerd op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG). Ondanks een negatief advies van een van de betrokkenen, bleef het huisverbod van kracht vanwege de aanhoudende gezinsproblematiek en het belang van voortzetting van hulpverlening. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechter onmiddellijk in de hoofdzaak had beslist, waardoor het verzoek niet meer relevant was.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De rechter vond het besluit voldoende gemotiveerd en oordeelde dat het belang van veiligheid zwaarder woog dan het belang van verzoeker om thuis te kunnen zijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding worden afgewezen.