ECLI:NL:RBROT:2010:BL3673
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen eigendom gemeentegrond door verjaring bij beplanting en bouwwerken
De zaak betreft een geschil over eigendom en gebruik van een strook gemeentegrond naast het perceel van de gedaagde. De gedaagde stelde dat zijn rechtsvoorganger in 1986 de grond in bezit had genomen door coniferen te planten en een schuurtje te plaatsen, en dat hij dit bezit had voortgezet, waardoor hij eigenaar was geworden door verjaring. De gemeente betwistte dit en vorderde ontruiming en vergoeding van kosten.
De rechtbank stelde vast dat het gebruik door de gedaagde sinds 1999 wel als bezit kan worden aangemerkt, maar dat het bezit van zijn rechtsvoorganger niet vaststaat. Het planten van coniferen en het plaatsen van een klein schuurtje waren onvoldoende om bezit aan te nemen, zeker omdat de coniferen en het schuurtje later waren verwijderd. Het gebruik van de gedaagde was niet een voortzetting van een onrechtmatige toestand.
Daarom was de verjaringstermijn van twintig jaar pas vanaf 1999 aan de gang, waardoor de gemeente nog eigenaar is. De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot ontruiming van de grond binnen dertig dagen, met een dwangsom bij niet-naleving, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De vorderingen van de gedaagde in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de gemeente eigenaar blijft en veroordeelt de gedaagde tot ontruiming en betaling van kosten.