ECLI:NL:RBROT:2010:BL3370
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stuiting verjaring vordering wegens niet-betaalde factuur stoffering woning
In deze zaak vordert eiser betaling van een factuur voor stoffering van de woning van gedaagde, met wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde betwist de ontvangst van de factuur en aanmaningsbrieven, evenals de erkenning van de vordering in telefoongesprekken. De rechtbank stelt vast dat de vordering zonder stuiting op 6 april 2006 verjaard zou zijn.
De rechtbank onderzoekt of de verjaring is gestuit door aanmaningsbrieven en/of erkenning in telefoongesprekken. Hoewel de inhoud van de brieven stuitende werking heeft, is niet bewezen dat deze brieven gedaagde daadwerkelijk hebben bereikt. Daarom wordt eiser toegelaten tot bewijslevering hierover. Ook geldt dat mondelinge erkenning in telefoongesprekken de verjaring kan stuiten, maar ook hiervoor moet bewijs worden geleverd.
De rechtbank besluit dat indien eiser niet slaagt in het bewijs, de vordering verjaard is en zal worden afgewezen. Indien het bewijs wel wordt geleverd, wordt het beroep op verjaring verworpen en wordt een comparitie gelast om tot een schikking te komen. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank draagt eisers op bewijs te leveren over ontvangst aanmaningen en erkenning telefoongesprekken; beslissing wordt aangehouden.