ECLI:NL:RBROT:2010:BL3217
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake incasso advocatendeclaratie en retentierecht dossier
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een advocatendeclaratie van €28.448,51, vermeerderd met wettelijke rente en invorderingskosten, van gedaagde. Gedaagde maakt bezwaar tegen de vermeerdering van eis en stelt dat de WTBZ-procedure nog niet is afgerond, waardoor voortzetting van deze zaak niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de wijziging van eis toelaatbaar is en dat de bezwaren van gedaagde tegen de inhoud van de eis niet tot afwijzing leiden. De rechtbank verwijst naar eerdere beslissingen in de WTBZ-procedure en stelt vast dat een eindbeslissing, zij het nog niet onherroepelijk, tot stand is gekomen. De rechtbank besluit dat zij alsnog kan oordelen over de nevenvorderingen zoals rente en kosten.
Verder wordt vastgesteld dat de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing zijn, waaronder een beding dat invorderingskosten van minimaal 10% van de hoofdsom verschuldigd zijn. De rechtbank kent een bedrag van €2.522,48 aan invorderingskosten toe, vermeerderd met rente. Het beroep van eiseres op retentierecht op het dossier wordt als gerechtvaardigd beoordeeld, aangezien gedaagde reeds over afschriften van relevante stukken beschikt en geen zwaarwegend belang heeft gesteld om het dossier te ontvangen.
De rechtbank wijst de vorderingen in reconventie af en veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, rente, invorderingskosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, rente, invorderingskosten en proceskosten; vorderingen in reconventie worden afgewezen.