ECLI:NL:RBROT:2010:BL1501
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L. de Gruijl-van Benthem
- Rechtspraak.nl
Vordering tot teruggave inbreng en woonlasten na beëindiging samenwoning en gezamenlijke koopwoning
Partijen, ex-samenwoners, hebben samen een woning gekocht en gefinancierd met een hypotheek en overbruggingskrediet. De vrouw heeft €38.476,68 uit eigen middelen bijgedragen en daarnaast €20.000 uit de overwaarde van haar privéwoning, terwijl de man zijn aandeel van €20.000 niet heeft betaald. Na beëindiging van de samenleving op 10 mei 2008 zijn afspraken gemaakt dat de man in de woning kon blijven wonen en dat financiële afwikkeling bij verkoop zou plaatsvinden.
De vrouw vordert betaling van €20.000 van de man, gelijk aan zijn niet-betaalde aandeel, en vergoeding van woonlasten vanaf juni 2009. De man betwist de vordering en stelt dat de vrouw haar aandeel in de hypotheeklasten moet betalen. De rechtbank oordeelt dat de man gehouden is het bedrag van €20.000 aan de vrouw te betalen bij verkoop van de woning, maar wijst de vorderingen over woonlasten af, omdat partijen ieder de helft van de lasten moeten dragen.
De rechtbank compenseert de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor het bedrag van €20.000. De vordering van de vrouw tot vergoeding van opname van €875 van de gezamenlijke rekening wordt afgewezen, aangezien dit normale kosten betrof.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van €20.000 aan vrouw bij verkoop en levering van de woning; overige vorderingen worden afgewezen.