Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[onderneming 1], te [woonplaats], (hierna: [onderneming 1]);
[onderneming 2],te[woonplaats] (hierna: [onderneming 2]),
Stichting Autoriteit Financiële Markten, te Amsterdam, verweerster (hierna: AFM),
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde [onderneming 1] een boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 115, eerste lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). Deze boete werd opgelegd omdat [onderneming 1] onvoldoende criteria hanteerde om overkreditering bij consumptief krediet te voorkomen. Tevens kondigde AFM aan de boete openbaar te maken.
[onderneming 1] en [onderneming 2] maakten bezwaar en verzochten de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit voor zover het ziet op de publicatie. De rechtbank oordeelde dat [onderneming 2] belanghebbende was vanwege mogelijke reputatieschade. De toetsing vond plaats op basis van de wet- en regelgeving die gold ten tijde van de overtredingen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat artikel 115 BGfo Pro verbindend is en dat de normen uit de Gedragscode VFN als minimumnormen gelden. Uit onderzoek bleek dat [onderneming 1] lagere leefnormen hanteerde dan de VFN-normen, wat kan leiden tot overkreditering. Ook was de afwijkingsmogelijkheid onvoldoende concreet vastgelegd. De boete was proportioneel en de vroegtijdige publicatie was gerechtvaardigd. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de boete en publicatie wordt afgewezen; de boete van €24.000 blijft van kracht.