ECLI:NL:RBROT:2009:BM9320
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige opzegging van verzekering wegens vermeende onjuiste informatie en onvoldoende medewerking
Eiseres, een aannemingsbedrijf, voerde werkzaamheden uit waarbij een waterleiding beschadigd raakte. Aegon, haar verzekeraar, zegde de verzekeringsovereenkomsten op wegens vermeende opzettelijke onjuiste informatieverstrekking en onvoldoende medewerking bij het onderzoek naar de schadeoorzaak.
De rechtbank stelde vast dat de opzegging definitief werd na 1 januari 2006, waardoor artikel 7:940 BW Pro van toepassing is. Dit artikel vereist dat de verzekeraar terughoudend moet zijn bij tussentijdse opzegging en dat de omstandigheden ernstig genoeg moeten zijn. De rechtbank concludeerde dat Aegon onvoldoende bewijs had dat eiseres opzettelijk onjuiste informatie had verstrekt of onvoldoende medewerking had verleend.
De verklaringen van betrokkenen waren onvoldoende concreet om opzet vast te stellen. Eiseres had uiteindelijk medewerking verleend en de gegevens verstrekt, hoewel met enige vertraging. Aegon had zelf de mogelijkheid om nader onderzoek te doen, maar zag hier uiteindelijk van af.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging onrechtmatig was en dat de registraties van de opzegging in registers onterecht waren. Aegon werd veroordeeld tot schadevergoeding voor de door eiseres geleden schade en tot het bevorderen van doorhaling van de onterechte registraties. De vordering van Aegon tot betaling werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Aegon de verzekeringsovereenkomsten onrechtmatig heeft opgezegd en veroordeelt Aegon tot schadevergoeding en doorhaling van onterechte registraties.