ECLI:NL:RBROT:2009:BM7426

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
235858 / HA ZA 05-989
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.H.J. Soutendijk-van Appeldoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over bewijsopdracht inzake kasboeken en jaarrekeningen onderneming

In deze civiele procedure tussen een vrouw en een man staat een bewijsopdracht centraal over de financiële administratie van de onderneming van de man. De vrouw vordert inzage in de volledige kasboeken vanaf 1994 en jaarrekeningen vanaf 1998, nadat zij heeft gesteld dat zij werkzaamheden voor de onderneming heeft verricht en een bedrag heeft geïnvesteerd.

De rechtbank heeft eerder bepaald dat de man deze stukken moet overleggen, een beslissing die het hof in hoger beroep heeft bevestigd. De man heeft echter slechts gedeeltelijk inzage gegeven, waardoor de rechtbank hem nu opdraagt alsnog de volledige kasboeken en jaarrekeningen in het geding te brengen.

De vrouw heeft meerdere getuigen gehoord om haar standpunten te onderbouwen, terwijl de man slechts één getuige heeft gehoord. De rechtbank wijst het bezwaar van de man tegen de wijziging van eis af, omdat het bedrag van €45.378,02 vanaf het begin van de procedure een rol speelt en de wijziging niet in strijd is met de goede procesorde.

De rechtbank geeft de man een termijn van vier weken om de volledige jaarstukken over te leggen en houdt verdere beslissingen aan tot de rolzitting van 11 februari 2009.

Uitkomst: De man wordt bevolen volledige kasboeken en jaarrekeningen van zijn onderneming te overleggen binnen vier weken.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 235858 / HA ZA 05-989
Vonnis van 14 januari 2009
in de zaak van
[naam vrouw],
wonende te [woonplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. R.J.Sparreboom
tegen
[naam man],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. M.van Gastel.
Partijen zullen hierna "de vrouw" respectievelijk "de man"genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de verdere procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 augustus 2006
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 29 november 2006
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 18 januari 2007
- de conclusie na getuigenverhoor
- de antwoordconclusie na getuigenverhoor
- de nadere conclusie
- de antwoordakte tevens de akte wijziging van eis
- de akte bezwaar tegen de wijziging van eis.
1.2.
De man heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis omdat de vordering van € 45.378,02 in de procedure slechts zijdelings ter sprake is gekomen en de mogelijkheden om de eis te wijzigen reeds in een eerder stadium ruimschoots aanwezig zijn geweest. Thans kan verweer door hem niet meer worden gevoerd. Daarom is het toelaten van deze wijziging is strijd met de goede procesorde.
Het bezwaar tegen de wijziging van eis wordt ongegrond verklaard, omdat het bedrag van € 45.378,02 reeds vanaf het begin van de procedure een rol heeft gespeeld. De wijziging van eis thans is mede een gevolg van door de man, na daartoe uiteindelijk door het Hof te zijn veroordeeld, ingebrachte stukken en zijn daaraan gekoppelde standpunt. Aldus is de wijziging van eis niet in strijd met de eisen van een goede procesorde.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In conventie en reconventie
2.1
Bij tussenvonnis van 16 augustus 2006 heeft de rechtbank de vrouw toegelaten te bewijzen dat:
- tussen partijen sprake is van een stilzwijgende overeenkomst tot verrekening van de thans aanwezige vermogensbestanddelen;
- dat de vrouw naast haar werkzaamheden bij de gemeente Spijkenisse (substantiële) door haar genoemde werkzaamheden in de onderneming heeft verricht;
- dat de vrouw een bedrag van 45.000,- Euro in de onderneming van de man heeft geïnvesteerd;
- dat de man voornemens was een bedrag van 250.000,- EURO aan de vrouw ter beschikking te stellen en tevens een huis voor haar te kopen met voldoende ruimte voor de dieren;
- dat er verkoopopbrengsten van auto's op rekening van de vrouw werden gestort, althans aan de vrouw werden betaald.
De vrouw heeft daartoe vijf getuigen doen horen, waaronder partijen. De man heeft in contra-enquête één getuige doen horen. Opvolgend hebben partijen een conclusie na enquête genomen.
2.2
Ten aanzien van de werkzaamheden van de vrouw ten behoeve van de onderneming overweegt de rechtbank nog het volgende.
De rechtbank heeft bij vonnis van 16 augustus 2006 de man opgedragen de kasboeken vanaf 1994 en de jaarrekeningen vanaf 1998 in het geding te brengen. De man is van dit vonnis in appèl gegaan. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank, onder meer, op dit onderdeel bevestigd. De man heeft de kasboeken slechts gedeeltelijk, te weten vanaf 1999 tot en met 2004, in het geding gebracht. Anders dan de man stelt blijkt hieruit dat de man slechts bij hoge uitzondering in het kasboek mutaties heeft aangebracht. De vrouw heeft welhaast volledig het kasboek bijgehouden. De rechtbank merkt daarbij op dat het niet alleen het aanbrengen van mutaties betreft, maar in ieder geval ook het maken van berekeningen en het archiveren van de onderliggende stukken.
2.3
De man heeft bij nadere conclusie van 25 juni 2008 uit de jaarstukken vanaf 1998 slechts zeven pagina's overgelegd, met als reden dat de vrouw alleen wil nagaan op welke wijze de lening in de jaarstukken is verwerkt. De man biedt aan alsnog de volledige jaarstukken in het geding te brengen. De rechtbank zal de man alsnog in de gelegenheid stellen om bij akte de volledige jaarstukken vanaf 1998 in het geding te brengen en verder elke nadere beslissing aanhouden. De rechtbank zal de man daartoe een termijn van 4 weken geven en de zaak verwijzen naar de rol van 11 februari 2009.
3. De beslissing
Draagt de man op bij akte de complete jaarstukken van de onderneming vanaf 1998 in het geding te brengen en verwijst daartoe naar de rol van 11 februari 2009.
Houdt elke nadere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.J. Soutendijk-van Appeldoorn en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.