ECLI:NL:RBROT:2009:BL3180
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering borgtocht na schuldoverdracht tussen vennootschappen
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen gedaagde tot betaling op grond van een borgtocht die gedaagde heeft afgegeven voor een schuld van een vennootschap aan eiseres. De schuld is echter overgedragen van de oorspronkelijke vennootschap aan een andere vennootschap binnen hetzelfde concern.
Eiseres stelt dat de borgtocht als afhankelijk recht de overdracht van de schuld heeft gevolgd, terwijl gedaagde betwist dat hij heeft ingestemd met de handhaving van de borgtocht na de schuldoverdracht. De rechtbank benadrukt het onderscheid tussen overdracht van een vorderingsrecht, waarbij afhankelijke rechten automatisch overgaan, en overdracht van een schuld, waarbij de borgtocht tenietgaat tenzij de borg instemt.
De rechtbank concludeert dat geen concrete feiten of omstandigheden zijn gesteld die instemming van gedaagde met handhaving van de borgtocht aantonen. Ook het feit dat de vennootschappen tot hetzelfde concern behoren, leidt niet tot vereenzelviging. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseres op gedaagde wordt afgewezen omdat de borgtocht niet blijft gelden na schuldoverdracht zonder instemming van de borg.