ECLI:NL:RBROT:2009:BL3069
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken ingebrekestelling en verzuim bij energieaansluitingen
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding van Eneco wegens vermeende tekortkomingen bij de oplevering van energieaansluitingen voor twee kantoorvilla's. Eiser stelt dat partijen in juli 2001 een fatale termijn voor oplevering zijn overeengekomen en dat Eneco in verzuim is zonder dat een ingebrekestelling is vereist.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen schriftelijke ingebrekestelling heeft gestuurd en dat er onvoldoende concreet bewijs is voor een fatale termijn die zonder ingebrekestelling tot verzuim leidt. De stellingen van eiser dat Eneco tekort zou schieten op grond van een offerte met een starttermijn van acht weken worden verworpen, mede omdat eiser de offerte heeft geaccepteerd met een andere starttermijn.
Verder wijst de rechtbank erop dat de eindverantwoordelijkheid voor het tijdig verkrijgen van de aansluitingen bij eiser lag, als architect en opdrachtgever. Eneco heeft niet onrechtmatig gehandeld en er is geen sprake van verzuim in de zin van artikel 6:74 BW Pro. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens het ontbreken van ingebrekestelling en verzuim door Eneco.