ECLI:NL:RBROT:2009:BL2898
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak opzet milieuovertreding lozing afvalwater Chemiehaven Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die werd verdacht van het opzettelijk overtreden van vergunningsvoorwaarden voor het lozen van afvalwater op de Chemiehaven in Rotterdam in de periode mei tot september 2006. De tenlastelegging betrof meerdere overschrijdingen van emissiewaarden van koper, chemisch zuurstofverbruik en zwevende stof.
Tijdens de terechtzittingen werd vastgesteld dat de verdachte een proef uitvoerde met een biologische afvalwaterzuiveringsinstallatie (de biobot) ter reductie van bromaat, waarbij Rijkswaterstaat op de hoogte was. Hoewel overschrijdingen plaatsvonden, was niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de vergunningsvoorwaarden werden overtreden. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was en het verweer van afwezigheid van alle schuld.
De rechtbank veroordeelde de verdachte rechtspersoon tot geldboetes van elk €4000 voor de overschrijdingen van de normen voor koper, chemisch zuurstofverbruik en zwevende stof. Medeplegen werd niet bewezen verklaard en leidde tot vrijspraak. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen en transacties van de verdachte en matigde de boetes vanwege het tijdsverloop tussen feiten en uitspraak.
Uitkomst: Verdachte rechtspersoon vrijgesproken van opzet, veroordeeld tot drie geldboetes van elk €4000 voor overschrijding milieunormen.