ECLI:NL:RBROT:2009:BL1871
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatige toepassing 36-urige werkweek rijdend personeel RET
In deze zaak staat centraal of de RET N.V. en de gemeente Rotterdam onrechtmatig hebben gehandeld jegens het rijdend personeel door het gemiddelde van de 36-urige werkweek op jaarbasis toe te passen in plaats van op kortere perioden. De Stichting c.s., namens donateurs die rijdend personeel zijn, vordert een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onbetaalde arbeidsuren.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen jegens de gemeente Rotterdam niet ontvankelijk zijn vanwege de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten en het niet benutten van bestuursrechtelijke rechtsmiddelen door de eisers. Daarnaast is vastgesteld dat de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld in de periode tot 1 januari 2007.
Ten aanzien van RET N.V. na de privatisering op 1 januari 2007 is geoordeeld dat de toepassing van de bandbreedteregeling uit de CAO RET N.V. op jaarbasis conform de tekst en bedoeling van de CAO is. De nadelige gevolgen voor werknemers, zoals verschillen in pensioenopbouw en werkdruk, leiden niet tot onrechtmatigheid. De vorderingen tegen RET N.V. worden daarom afgewezen.
De Stichting c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten van beide gedaagden. Het vonnis is gewezen door de rechtbank Rotterdam, sector civiel recht, op 30 december 2009.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de Stichting c.s. af en verklaart haar niet-ontvankelijk voor zover het de gemeente betreft.