ECLI:NL:RBROT:2009:BL1543
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verzekeringsdekking na explosie in juwelierszaak Eurogoud
Deze civiele procedure betreft een vrijwaringsvordering van Eurogoud tegen haar verzekeraars en assurantietussenpersoon naar aanleiding van een explosie op 28 juni 2003 in haar juwelierszaak te ’s-Gravenhage. Eurogoud is aangesproken door slachtoffers en vordert dat verzekeraars de schade vergoeden indien zij aansprakelijk wordt gehouden.
De kern van het geschil is of sprake was van bedrijfsmatige goudsmederij-activiteiten die niet aan verzekeraars waren gemeld, waardoor de dekking onder de verzekering zou vervallen. Verzekeraars moesten bewijzen dat de explosie verband hield met dergelijke activiteiten. Diverse getuigenverklaringen werden afgenomen, maar deze waren onderling deels tegenstrijdig en van beperkte waarde. Objectieve gegevens ter onderbouwing ontbraken.
De rechtbank concludeert dat verzekeraars niet zijn geslaagd in het bewijs dat Eurogoud een goudsmederij exploiteerde die afweek van het juweliersbedrijf en dat een bestemmingswijziging of verhoogd brandrisico niet is aangetoond. Ook het beroep op merkelijke schuld wordt verworpen vanwege gebrek aan bewijs en de vrijspraak in de strafzaak. De hoofdzaak heeft vastgesteld dat Eurogoud aansprakelijk is voor de schade, zodat de vordering tot vergoeding door verzekeraars toewijsbaar is. De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol voor nadere afwikkeling.
Uitkomst: Verzekeraars zijn niet geslaagd in het bewijs dat de explosie verband hield met niet gemelde goudsmederij-activiteiten, waardoor de verzekering in beginsel dekking biedt en de vordering tot vrijwaring toewijsbaar is.