ECLI:NL:RBROT:2009:BL1431
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging pandrecht wegens bevoordeling crediteur in faillissement
Eiser en zijn echtgenote hielden alle aandelen in een vennootschap die op haar beurt alle aandelen hield in de failliete vennootschap. Eiser was bestuurder van beide. Nationale Nederlanden verstrekte leningen aan de failliete vennootschap, met zekerheid op de woning van eiser. Eiser liet zich door de failliete vennootschap zekerheid verschaffen door verpanding van vorderingen, terwijl surseance van betaling en faillissement naderden.
De curator betwistte de geldigheid van het pandrecht en vernietigde dit buitengerechtelijk. Eiser vorderde betaling van de opbrengst van de verpande vorderingen. De rechtbank beoordeelde of het pandrecht vernietigbaar was op grond van artikel 47 Faillissementswet Pro, dat vernietiging mogelijk maakt bij wetenschap van faillissementsaanvraag of bevoordeling van een schuldeiser.
De rechtbank stelde vast dat eiser wist van de slechte financiële situatie en de reële kans op faillissement, en dat het pandrecht was gevestigd met het oogmerk zichzelf te bevoordelen boven andere schuldeisers. Dit oogmerk werd ook toegerekend aan de failliete vennootschap. Eiser werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Indien dit niet slaagt, worden zijn vorderingen afgewezen. Alle overige beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het pandrecht wordt voorshands vernietigbaar geacht wegens bevoordeling, tenzij eiser tegenbewijs levert.