ECLI:NL:RBROT:2009:BL0555
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Poppe-Gielesen
- H. van den Heuvel
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke afwijzing sollicitatie onvoldoende gemotiveerd en vernietigd
Eiser, sinds 1986 werkzaam in het openbaar onderwijs te Rotterdam, solliciteerde op 21 juni 2004 naar de functie van Onderwijsassistent/Brede School coördinator. De subsidie voor zijn eerdere functie als OALT-leerkracht was per 1 augustus 2004 beëindigd, waardoor zijn functie werd opgeheven. Naast eiser solliciteerde een andere interne kandidaat met een gelijke rechtspositie, die uiteindelijk werd aangesteld.
Eiser maakte bezwaar tegen de mondelinge afwijzing van zijn sollicitatie en stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name waarom de andere kandidaat werd verkozen ondanks de langere diensttijd van eiser. Verweerder beriep zich op zijn bevoegdheid om één kandidaat uit gelijke rechtsposities aan te stellen, gesteund op het advies van de Commissie, die oordeelde dat het ontbreken van schriftelijke motivatie geen reden tot vernietiging vormde.
De rechtbank oordeelde dat de sollicitatie als een aanvraag in de zin van de Awb moet worden gezien en dat het besluit een beschikking is die ingevolge de Awb een deugdelijke motivering vereist. Noch het advies van de Commissie, noch het bestreden besluit gaf inzicht in de gronden voor afwijzing van eiser. Dit vormde een motiveringsgebrek dat niet werd hersteld, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van eiser wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.