ECLI:NL:RBROT:2009:BK6583
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Klein Wolterink
- Reinds
- Van Dijke
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor niet onmiddellijk melden ongewoon voorval volgens Wvo-vergunning
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een rechtspersoon die werd verdacht van het lozen van afvalwater met een te hoog benzeengehalte en het niet onmiddellijk melden van een ongewoon voorval aan de waterbeheerder, in strijd met de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo).
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om het lozen van vervuild afvalwater volgens de voorgeschreven methode aan te tonen, omdat de analyse met een eigen methode was uitgevoerd in plaats van de in de vergunning voorgeschreven ISO-11423-(1997) methode. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van dit onderdeel.
Wel werd bewezen verklaard dat de rechtspersoon niet tijdig melding heeft gedaan van een ongewoon voorval, namelijk de slibuitspoeling uit de nabezinktank terwijl de zandfilters buiten gebruik waren, wat nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater dreigde te hebben. De melding had op 11 februari 2007 moeten plaatsvinden, maar vond pas op 12 februari 2007 plaats.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie ontvankelijk, verwierp het verweer dat sprake was van een meinedig proces-verbaal, en veroordeelde de rechtspersoon tot een geldboete van €7.500 wegens overtreding van de vergunningvoorschriften. De strafmaat werd mede bepaald door eerdere veroordelingen en het tijdsverloop tussen feit en berechting.
Uitkomst: Rechtspersoon veroordeeld tot een geldboete van €7.500 wegens niet onmiddellijk melden van een ongewoon voorval aan de waterbeheerder.