ECLI:NL:RBROT:2009:BK6560
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vertrouwensbreuk door verzwijging beëindigingsovereenkomst
Een werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die als ITF-inspector werkzaam was. De werknemer had tijdens zijn sollicitatie verzuimd te melden dat hij met zijn vorige werkgever een beëindigingsovereenkomst had gesloten waarin was opgenomen dat hij het terrein van die werkgever niet mocht betreden zonder schriftelijke toestemming. Dit kwam aan het licht toen de werknemer voor werkzaamheden het terrein moest betreden.
De werkgever stelde dat deze verzwijging een vertrouwensbreuk betekende en dat de werknemer zijn functie daardoor niet naar behoren kon vervullen. De werknemer betwistte dit en stelde dat er geen dringende reden was voor ontbinding. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een informatieplicht had en dat het verzwijgen hiervan verwijtbaar was, maar dat dit niet leidde tot een dringende reden voor onmiddellijke ontbinding.
Wel was de arbeidsrelatie onherstelbaar verstoord, zodat ontbinding op grond van een verandering in omstandigheden gerechtvaardigd was. De kantonrechter kende een vergoeding toe aan de werknemer, waarbij rekening werd gehouden met de mate van verwijtbaarheid en de duur van het dienstverband. De werkgever kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken, en bij niet-intrekking werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 januari 2010.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 januari 2010 en aan de werknemer wordt een vergoeding van circa €9.500 bruto toegekend.