ECLI:NL:RBROT:2009:BK5733
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Marseille
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod ongegrond verklaard
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van verzoeker tegen een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Rotterdam op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. Het huisverbod was opgelegd wegens een incident met een geweldsuitbarsting waarbij sprake was van ernstig en onmiddellijk gevaar voor medebewoners.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit tot het huisverbod voldoende was gemotiveerd, mede gebaseerd op drie risico-taxaties instrumenten huiselijk geweld (RIHG) en verklaringen van betrokkenen. Hoewel verzoeker en zijn echtgenote enkele nuances aanbrachten, werd bevestigd dat het incident had plaatsgevonden en verzoeker op dat moment volledig in de war was.
Verzoeker voerde aan dat hij inmiddels uitgebreide hulpverlening ontvangt en dat het huisverbod daarom niet langer noodzakelijk zou zijn. De voorzieningenrechter verwierp dit omdat de agressiebeheersing behandeling pas na het huisverbod zou starten en eerdere hulpverlening het incident niet had kunnen voorkomen.
Gezien de ernst van het incident, de psychische problemen van verzoeker en de aanwezigheid van jonge kinderen, vond de voorzieningenrechter het huisverbod proportioneel en noodzakelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was en verzoeker geen belang meer had bij een voorlopige voorziening.
De rechtbank wees ook het verzoek tot veroordeling van verweerder in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.