ECLI:NL:RBROT:2009:BK5273
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Van Essen
- Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte rechtspersoon na omvallen torenkraan met dodelijk slachtoffer en gewonden
In deze strafzaak stond de verdachte rechtspersoon terecht wegens het omvallen van een torenkraan op een bouwplaats in Rotterdam, waarbij een werknemer overleed en twee anderen ernstig gewond raakten. De tenlastelegging betrof onder meer onvoldoende instructie van de opbouwploeg, onvoldoende aandacht voor voorspanning van boutverbindingen en onvoldoende onderhoud en controle van de kraan.
Uit technisch onderzoek en deskundigenrapporten bleek dat de bouten waarmee de kraan aan de fundering was bevestigd, waren gebroken door metaalmoeheid veroorzaakt door onvoldoende voorspanning. De deskundigen concludeerden dat de gebruikte bouten en vulblokken mogelijk ongeschikt waren en dat de handleiding van de fabrikant onvolledig was, waardoor het bereiken van de vereiste voorspanning twijfelachtig was.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de verdachte rechtspersoon verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten, omdat zij de kraan volgens de normen en instructies van de fabrikant had opgebouwd en onderhouden. Ook was het onduidelijk of visuele of technische controles vermoeiing hadden kunnen ontdekken. De dagvaarding werd deels nietig verklaard en de officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard voor feiten die verjaard waren.
De rechtbank sprak de verdachte rechtspersoon vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd.
Uitkomst: Verdachte rechtspersoon wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verwijtbaar handelen bij het omvallen van de torenkraan.