ECLI:NL:RBROT:2009:BK5164
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Van den Broek-Prins
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende voortvarendheid gemeente
Op 21 november 2009 legde de gemeente Rotterdam een tijdelijk huisverbod op aan verzoeker wegens vermoedens van huiselijk geweld. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een dreiging van huiselijk geweld op basis van getuigenverklaringen en een proces-verbaal van bevindingen.
De rechtbank stelde vast dat het huisverbod een proportionele maatregel was ter bescherming van de vrouw en ter preventie van strafbare feiten. Verzoeker ontkende het geweld, maar dit deed niet af aan de redelijkheid van het besluit. Wel oordeelde de voorzieningenrechter dat de gemeente onvoldoende voortvarend was geweest in het evalueren en eventueel intrekken van het huisverbod binnen de gestelde termijn.
De gemeente had niet tijdig contact gezocht met de vrouw om de situatie te beoordelen, terwijl dit mogelijk was. Gezien de bereidheid van verzoeker tot medewerking aan hulpverlening en het terugkomen van de vrouw op haar echtscheidingsvoornemen, was het handhaven van het huisverbod onredelijk. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak direct was beslist.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod is gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid van de gemeente.