ECLI:NL:RBROT:2009:BK3823
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot aanhouding of verwijzing wegens samenhang in transportgeschil over verdwenen lading parfum
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de procedure tussen Kuipers Transport en JTG moet worden aangehouden of verwezen naar het Tribunale di Bologna in Italië, waar een gerelateerde procedure loopt tussen JTG en CCBB. De vorderingen zien op hetzelfde voorval: de verdwijning van een deel van een lading parfum uit een vrachtwagen op 24/25 juli 2007. De rechtbank analyseert de samenhang tussen deze vorderingen aan de hand van artikel 28 Brussel Pro I-Vo en artikel 31 CMR Pro.
De rechtbank overweegt dat er sprake is van samenhang tussen de vorderingen, omdat bij afzonderlijke berechting het gevaar bestaat op onverenigbare beslissingen over dezelfde toedracht. Echter, tussen de Nederlandse procedures bestaat een sterkere samenhang dan met de procedure in Italië, mede omdat Kuipers Transport en Kuipers Logistics tot hetzelfde concern behoren en de vorderingen identiek zijn.
Gezien deze sterkere samenhang acht de rechtbank het niet aangewezen om de procedure aan te houden of te verwijzen naar Italië. De vordering van JTG wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een conclusie van antwoord door JTG, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van JTG tot aanhouding of verwijzing af en veroordeelt JTG in de proceskosten.