ECLI:NL:RBROT:2009:BK3789
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens beëindiging inwoonsituatie na bouw aanleunwoning op grond van zoon
Eiseres, moeder van gedaagde zoon, bouwde een aanleunwoning op diens grond om daar te wonen bij haar zoon en diens gezin. Zij droeg de volledige bouwkosten. Na spanningen beëindigden gedaagden de inwoonsituatie en verkochten de woning. Eiseres vorderde schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet streed om eigendom maar om woongenot. De waardevermeerdering van €42.000 door de bouw was niet ongerechtvaardigd, omdat de situatie met instemming was gecreëerd. Wel oordeelde de rechtbank dat gedaagden onrechtmatig handelden door geen vergoeding aan eiseres te bieden voor de waardevermeerdering en de hogere woonlasten na beëindiging van de inwoning.
De rechtbank schatte de schade op €20.000 en veroordeelde gedaagden tot betaling hiervan met wettelijke rente. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen en partijen droegen hun eigen proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter C. Bouwman.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €20.000 schadevergoeding wegens onrechtmatige daad na beëindiging van de inwoonsituatie.