ECLI:NL:RBROT:2009:BK3780
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij aanvaring op IJsselmeer bij beperkt zicht
Op 1 februari 2006 kwamen de binnenschepen "Ernest-R" en "Dejo-B" in aanvaring op het IJsselmeer bij beperkt zicht door mist en bewolking. De "Dejo-B" voer koers 11º-14º en de "Ernest-R" koers 181º. Er was marifooncontact tussen de schippers, maar geen overeenstemming over de wijze van passeren.
De rechtbank stelde vast dat het koersverschil van 167º-170º duidt op kruisende koersen en niet op tegengestelde koersen zoals door eisers werd betoogd. Volgens het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) had de "Ernest-R" die van bakboord naderde voorrang moeten verlenen aan de "Dejo-B" die van stuurboord kwam. De "Ernest-R" heeft dit niet gedaan, heeft de snelheid niet aangepast en geen geluidssignaal gegeven, waardoor zij schuld draagt aan de aanvaring.
De "Dejo-B" heeft eveneens schuld omdat zij onvoldoende voorzorgsmaatregelen nam, de snelheid niet aanpaste en onvoldoende duidelijk was in het marifooncontact. De rechtbank oordeelde dat de fouten van de "Ernest-R" zwaarder wegen en stelde de aansprakelijkheid vast op 70% voor de "Ernest-R" en 30% voor de "Dejo-B". De zaak werd aangehouden voor nadere specificatie van de schade.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de "Ernest-R" voor 70% en de "Dejo-B" voor 30% schuld hebben aan de aanvaring en houdt de zaak aan voor nadere schadebepaling.