ECLI:NL:RBROT:2009:BK3406
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding van civiele procedure wegens samenhang met Duitse procedure over zinken binnenschip
In deze civiele zaak vordert [gedaagde] primair verwijzing van de procedure naar de bevoegde Duitse rechter, het Oberlandesgericht in Hamburg, en subsidiair aanhouding van de procedure. Dit vanwege samenhang met een lopende Duitse procedure over schade aan een partij chroomerts door het zinken van het binnenschip “[binnenschip]”.
EBS betwist de samenhang en stelt dat de procedures verschillende rechtsverhoudingen en aansprakelijkheidsgronden betreffen. De rechtbank oordeelt echter dat er sprake is van samenhang in de zin van artikel 28 Brussel Pro I-Vo omdat in beide procedures dezelfde feiten omtrent het zinken van het binnenschip centraal staan en het gevaar bestaat op onverenigbare beslissingen.
Omdat de Duitse procedure in hoger beroep is, kan de primaire vordering tot verwijzing niet worden toegewezen. De rechtbank acht aanhouding van de procedure aangewezen totdat het Oberlandesgericht in Hamburg heeft beslist. De proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt naar de parkeerrol verwezen en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de procedure aan in afwachting van de beslissing van het Oberlandesgericht Hamburg.