ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9138
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig afbreken onderhandelingen over koop onroerende zaken
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en Woonstad Rotterdam over het afbreken van onderhandelingen omtrent de verkoop van onroerende zaken. [Eiser] stelde dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het tot stand komen van een koopovereenkomst, mede omdat hij de panden had bezichtigd en tweemaal een bod had uitgebracht na het noemen van een minimale koopprijs door Woonstad Rotterdam. Tevens stelde hij dat het afbreken van de onderhandelingen onrechtmatig was en dat hij daardoor schade had geleden.
Woonstad Rotterdam betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat het afbreken van onderhandelingen in beginsel is toegestaan, tenzij dit onaanvaardbaar is op grond van gerechtvaardigd vertrouwen of andere omstandigheden. De rechtbank overwoog dat het noemen van een minimale koopprijs niet gelijkstaat aan een aanbod dat bij aanvaarding tot een overeenkomst leidt, omdat ook over andere essentiële onderdelen geen overeenstemming bestond. Tevens wees de rechtbank erop dat Woonstad Rotterdam [eiser] had geïnformeerd over de noodzaak van goedkeuring door het Ministerie van VROM en advies van de gemeente, wat nog niet was verkregen.
De rechtbank concludeerde dat het vertrouwen van [eiser] onvoldoende feitelijk was onderbouwd en dat het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar was. Daarnaast was de gestelde schade onvoldoende onderbouwd. De vordering van [eiser] werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten.