ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9072
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurprijs en vergoeding achterstallig onderhoud bedrijfsruimte
De verhuurder van een bedrijfsruimte vorderde de vaststelling van de huurprijs, terwijl de huurder in reconventie een vergoeding eiste voor kosten van achterstallig onderhoud. De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot huurprijsaanpassing niet ontvankelijk was omdat deze binnen vijf jaar na de laatste vaststelling was ingesteld, conform artikel 7:303 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De huurder stelde een tegenvordering in voor vergoeding van onderhoudskosten die volgens hem voor rekening van de verhuurder kwamen. De kantonrechter achtte het aannemelijk dat de huurder deze kosten had gemaakt en stond de verhuurder toe bewijs te leveren over aard, omvang en kosten van het onderhoud. Tevens werd de verhuurder toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, onder meer door getuigenverhoor.
De zaak werd aangehouden tot na de bewijslevering. De kantonrechter veroordeelde de verhuurder in de proceskosten en bepaalde dat de kosten van het deskundigenonderzoek voor rekening van de verhuurder blijven. De beslissing over de vergoeding van onderhoudskosten volgt na bewijslevering.
Uitkomst: Vordering tot huurprijsvaststelling niet ontvankelijk; bewijslevering toegestaan voor vergoeding achterstallig onderhoud.