ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9026
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige en beoordeling onrechtmatigheid Bureau Jeugdzorg
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, [persoon 1], en de vraag of Bureau Jeugdzorg (BJZ) onrechtmatig heeft gehandeld door de minderjarige niet tijdig vanuit een gesloten inrichting te plaatsen in een besloten behandelinrichting. De rechtbank Rotterdam heeft vastgesteld dat de uithuisplaatsing en de daaropvolgende verlengingen door de kinderrechter waren toegestaan en noodzakelijk geacht vanwege ernstige gedragsproblemen en een zorgelijke thuissituatie.
De minderjarige verbleef vanaf 1 oktober 2007 langer dan gepland in de gesloten inrichting De Heuvelrug, terwijl zij op die datum in een besloten behandelinrichting geplaatst had moeten worden. BJZ stelde dat er sprake was van een noodzakelijke en gerechtvaardigde inbreuk op het privé- en gezinsleven van de minderjarige en dat er geen reëel alternatief was voor de gesloten plaatsing gezien de omstandigheden. De rechtbank overwoog dat de wachttijd van ruim twee maanden niet onrechtmatig lang was, mede omdat de overplaatsing niet door BJZ maar door een selectiefunctionaris werd vertraagd vanwege plaatsgebrek.
Ook het verblijf van de minderjarige in de besloten behandelinrichting Den Hey-Acker zonder daadwerkelijke behandeling werd niet als onrechtmatig beoordeeld. Het hof ’s-Gravenhage had eerder de machtiging tot uithuisplaatsing vernietigd voor de periode vanaf 29 maart 2008, waarna de minderjarige terugkeerde naar huis. De rechtbank wees de vordering van de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige tot schadevergoeding af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig verblijf in een gesloten inrichting wordt afgewezen.