ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8951
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Dwangbevel bestuursdwangkosten buiten effect gesteld wegens onduidelijkheid over overtreder
De zaak betreft een verzetprocedure tegen een dwangbevel tot invordering van bestuursdwangkosten na de ontmanteling van een hennepkwekerij in een woning waar opposant officieel was ingeschreven. De gemeente had het bestuursdwangbesluit gericht aan opposant, maar de huurovereenkomst bleek te zijn gesloten door diens broer.
Opposant stelde dat hij niet de overtreder was en dat het bestuursdwangbesluit onduidelijk was over de geadresseerde, waardoor het dwangbevel buiten werking moest worden gesteld. Tevens voerde hij aan dat het dwangbevel te laat was betekend en de kosten te hoog waren.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursdwangbesluit onduidelijk was over de overtreder omdat het zowel naar de huurovereenkomst van de broer als de inschrijving van opposant verwees. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het dwangbevel aan opposant gericht mocht zijn. Dit leidt tot het oordeel dat de gemeente niet bevoegd was het dwangbevel jegens opposant uit te vaardigen.
De overige bezwaren behoefden geen bespreking meer. De rechtbank stelde het dwangbevel buiten effect en veroordeelde de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het dwangbevel wordt buiten effect gesteld wegens onduidelijkheid over de geadresseerde en de bevoegdheid tot invordering ontbreekt.