ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8948
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Turks recht en Nederlandse rechtsmacht bij kledingproductieovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is op een overeenkomst tussen een Turkse producent en een Nederlandse afnemer van kleding. De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, omdat de gedaagde woonplaats in Nederland heeft en bovendien in de procedure verschijnt.
Het toepasselijke recht wordt vastgesteld aan de hand van het EG-Verbintenissenverdrag. Omdat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, geldt het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is. De kenmerkende prestatie is de productie en levering van kleding door eiseres, gevestigd in Turkije. Daarom is het Turkse recht van toepassing.
De rechtbank wijst erop dat het ontbreken van een uiteenzetting van het Turkse recht door eiseres niet tot afwijzing van de vordering leidt. Daarom heeft de rechtbank vragen gesteld aan het Internationaal Juridisch Instituut over het Turkse recht. Partijen krijgen de mogelijkheid om zich over het rapport uit te laten voordat de rechtbank inhoudelijk beslist. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd en het Turkse recht is van toepassing; de procedure wordt aangehouden voor nadere conclusies over het Turkse recht.