ECLI:NL:RBROT:2009:BJ7963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging gesloten jeugdzorg voor meerderjarige jeugdige met ernstige opvoedingsproblemen
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot verlenging van de machtiging om een jeugdige in gesloten jeugdzorg te doen verblijven na haar 18e verjaardag. De jeugdige heeft een verstandelijke beperking, PDD NOS, sociale fobie en andere psychische problemen, en vertoont loverboy-problematiek. De behandeling in de vorm van cognitieve therapie was gestart vóór haar meerderjarigheid en zou nog circa twee maanden duren.
De rechtbank overwoog dat voortzetting van gesloten jeugdzorg na het bereiken van de meerderjarigheid slechts is toegestaan indien sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, en indien er concreet uitzicht is op afronding van de behandeling binnen afzienbare tijd. Dit is in lijn met het proportionaliteitsbeginsel en de jurisprudentie van het EHRM, met name de zaak Eriksen tegen Noorwegen.
De jeugdige had zich tijdens de zitting uitgedrukt dat zij naar huis wilde, maar de rechtbank achtte het belang van afronding van de behandeling en het voorkomen van abrupt stoppen van de zorg zwaarder. De moeder van de jeugdige steunde het verzoek tot verlenging. De rechtbank verlengde de machtiging voor twee maanden, met het oog op een geleidelijke overgang naar ambulante behandeling en thuissituatie met begeleiding.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep staat open voor belanghebbenden. De rechtbank wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De machtiging voor verblijf in gesloten jeugdzorg wordt verlengd tot twee maanden na de 18e verjaardag van de jeugdige.