ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5471
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken ingebrekestelling bij vertraagde elektriciteitsaansluiting
Dino exploiteert een autowasstraat en had bij Eneco een aanvraag gedaan voor verzwaring van haar elektriciteitsaansluiting tot 3x355 Ampère. Eneco leverde eerst een tijdelijke aansluiting van 3x200 Ampère binnen de gestelde termijn, waarna de definitieve verzwaring tot 3x315 Ampère pas na elf maanden werd gerealiseerd. Dino stelde dat Eneco tekort was geschoten door niet binnen de 18 weken, zoals voorgeschreven in artikel 23 lid 3 van Pro de Elektriciteitswet 1998, te leveren en dat Eneco hierdoor in verzuim was geraakt zonder ingebrekestelling.
Eneco voerde aan dat de termijn van 18 weken niet van toepassing was op de definitieve verzwaring vanwege de benodigde netverzwaring en vergunningen, dat zij niet in verzuim was omdat Dino haar niet in gebreke had gesteld, en dat zij slechts aansprakelijk was bij opzet of grove schuld, wat niet was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke aansluiting binnen de termijn was geleverd en dat de termijn van 18 weken niet geldt voor de definitieve verzwaring, mede omdat Dino hiermee had ingestemd.
Verder stelde de rechtbank dat een monopolist zoals Eneco ook recht heeft op een ingebrekestelling om verzuim vast te stellen. Omdat Dino geen ingebrekestelling had gedaan en er geen andere omstandigheden waren die het verzuim zonder ingebrekestelling deden intreden, was Eneco niet in verzuim. Hierdoor kon Dino geen aanspraak maken op schadevergoeding, handelsrente of vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De vordering werd afgewezen en Dino werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Dino af wegens het ontbreken van een ingebrekestelling en het niet intreden van verzuim.