ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5346
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
- E. Mentink
- T. Wallinga
- Rechtspraak.nl
Juridische geschil over beëindiging en dekking van passagiersschepenverzekering en zorgplicht assurantietussenpersoon
CCC, een in liquidatie verkerende vennootschap, had via assurantietussenpersoon Oranje en makelaar Marsh een beurspolis afgesloten voor passagiersschepen. De kern van het geschil betreft de vraag of de verzekeringsovereenkomst tussentijds en met terugwerkende kracht is beëindigd vanwege niet-betaling van premie, en of verzekeraars HDI en Fortis gehouden zijn tot dekking van schade aan schepen.
De rechtbank stelt vast dat Marsh bevoegd was om de verzekering tussentijds te beëindigen bij wanbetaling, maar dat niet is gebleken dat CCC vooraf schriftelijk correct is geïnformeerd over deze beëindiging, zoals vereist in de polisvoorwaarden. Oranje heeft onvoldoende gewaarschuwd en niet adequaat gehandeld om de belangen van CCC te beschermen, waardoor zij tekort is geschoten in haar zorgplicht.
Hoewel CCC naliet de premie te betalen en beroep deed op verrekening, faalt dit verweer omdat het vermeende tegoed niet aan CCC toekomt. De rechtbank wijst het beroep op verrekening af en stelt vast dat CCC eigen schuld heeft aan de ontstane schade, maar dat het tekortschieten van Oranje zwaarder weegt. De mate van eigen schuld van CCC wordt voorlopig vastgesteld op 10%. De bewijslevering over de exacte datum van beëindiging en schade blijft open.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor bewijslevering over beëindiging polis en stelt Oranje aansprakelijk voor tekortkoming met 10% eigen schuld van CCC.