ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging formele rechtskracht bestuursdwangkosten na ontmanteling hennepkwekerij
Op 2 december 2005 werd in een pand aan een adres te een woonplaats een hennepkwekerij aangetroffen en ontmanteld door de gemeente Rotterdam, waarbij diverse kweekmaterialen in beslag werden genomen en vernietigd. [Opposante] huurde destijds het pand volgens een huurovereenkomst, maar stelde dat deze vervalst was en zij niet de overtreder was. De gemeente legde de kosten van de ontmanteling op aan [opposante] via een bestuursdwangbesluit van 5 januari 2006, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Na het uitblijven van betaling vaardigde de gemeente een dwangbevel uit tot invordering van de kosten vermeerderd met 15% invorderingskosten en wettelijke rente vanaf 29 maart 2006. [Opposante] stelde het dwangbevel nietig en buiten werking, onder meer omdat het niet door de burgemeester was ondertekend en zij het besluit niet had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de loco-burgemeester bevoegd was en het besluit rechtsgeldig bekend was gemaakt conform de Awb.
De rechtbank stelde vast dat het bestuursdwangbesluit formele rechtskracht had gekregen omdat geen bezwaar was ingesteld en geen bijzondere omstandigheden waren gebleken om hiervan af te wijken. De stelling dat de invorderingskosten onterecht waren werd onvoldoende gemotiveerd verworpen. Wel werd geoordeeld dat de wettelijke rente pas vanaf 3 juni 2006 verschuldigd was, omdat de ingebrekestelling pas bij brief van 23 mei 2006 plaatsvond. Het dwangbevel werd daarom buiten werking gesteld voor zover rente vóór die datum werd gevorderd. [Opposante] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het dwangbevel tot invordering van bestuursdwangkosten wordt bevestigd, met uitzondering van rentevordering voor de periode vóór 3 juni 2006.