ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3041
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens structurele overtreding kartelverbod in bouwsector bevestigd
De zaak betreft een boetebesluit opgelegd aan Aalberts B.V. wegens structurele overtreding van het kartelverbod in de burgerlijke en utiliteitsbouwsector (B&U-sector) over de periode 1998-2001. De overtreding bestond uit deelname aan een systeem van vooroverleg voorafgaand aan aanbestedingen, gericht op het vaststellen van rekenvergoedingen en het afstemmen van inschrijfgedrag. De boete is gebaseerd op de aanbestedingsomzet van het jaar 2001, het ijkjaar, en is vastgesteld binnen de wettelijke maxima en beleidsregels van de Mededingingswet en het EG-Verdrag.
Eiseres betwistte de hoogte van de boete en de keuze van het ijkjaar, waarbij zij stelde dat de aanbestedingsomzet 2001 niet representatief was vanwege haar specifieke boekhoudkundige waarderingsgrondslag en de omvang van een uitzonderlijk project. Ook voerde zij aan dat de accountantskosten die zij maakte voor het aanleveren van financiële gegevens in het kader van de ijkjaarcorrectie in mindering gebracht moesten worden op de boete. De rechtbank oordeelde dat de keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag niet onredelijk is en dat de toegepaste ijkjaarcorrectie passend is, omdat de omzetontwikkeling van eiseres significant boven de sectornorm lag.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en oordeelde dat de boete niet onevenredig hoog is, mede omdat het wettelijke maximum voldoende waarborg biedt tegen disproportionele beboeting. De extra accountantskosten werden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt die een boetevermindering rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard, en er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens kartelvorming in de bouwsector wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.