ECLI:NL:RBROT:2009:BI7385
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Contractuele boete bij niet tijdige afname woning na executieveiling
De Rabobank verstrekte financiering aan eiser voor aankoop van een woning met erfpachtrecht. Na executie werd de woning verkocht aan gedaagden, waarbij een koopovereenkomst werd gesloten met een leveringsdatum op 11 juni 2004, onder voorbehoud van toestemming. Deze toestemming werd pas op 21 oktober 2004 verleend, waarna gedaagden de koopovereenkomst wilden ontbinden.
Eiser stelde gedaagden in gebreke en sommeerde hen om binnen acht dagen de woning af te nemen. Gedaagden namen de woning pas op 23 maart 2005 af, waardoor zij volgens eiser in verzuim waren en een boete verschuldigd waren conform de koopovereenkomst. Gedaagden voerden onder meer aan dat eiser in schuldeisersverzuim verkeerde en dat de boete buitensporig was.
De rechtbank oordeelde dat gedaagden vanaf 30 december 2004 in verzuim waren en dat eiser niet in schuldeisersverzuim verkeerde. De boete werd berekend over 83 dagen en vastgesteld op € 211.650,--. De rechtbank wees het beroep op matiging af omdat de boete niet tot een buitensporig resultaat leidde en voldoende aansloot bij de door eiser geleden schade. De vordering werd toegewezen en de boete werd direct opeisbaar verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van een boete van € 211.650,-- wegens verzuim in afname van de woning.