ECLI:NL:RBROT:2009:BI7384
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en vervroegde opeisbaarheid kredietovereenkomsten tussen Rabobank en Odevi c.s.
De Rabobank vordert betaling van openstaande bedragen uit krediet- en geldleningsovereenkomsten verstrekt aan Odevi en een privékrediet aan [gedaagde 2]. Holding houdt alle aandelen in Odevi en [gedaagde 2] is bestuurder en aandeelhouder van Holding en Odevi. De Rabobank heeft zekerheden bedongen, waaronder verpanding van debiteurenvorderingen en hoofdelijkheidsverklaringen van [gedaagde 2] en Holding.
[gedaagde 2] betwist onder meer de hoofdelijke aansprakelijkheid en stelt vernietigbaarheid van de verklaringen op grond van artikel 1:88 BW Pro en misbruik van omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat de verklaringen geldig zijn, aangezien de kredietverlening binnen de normale bedrijfsvoering viel en geen sprake was van bijkomende omstandigheden. Het beroep op misbruik van omstandigheden faalt omdat de hoofdelijkheidsverklaringen reeds contractueel waren overeengekomen.
Ten aanzien van het privékrediet oordeelt de rechtbank dat de vervroegde opeisbaarheid bij brief van 3 april 2008 niet rechtsgeldig was vanwege de toepasselijkheid van de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) en het ontbreken van een geldige ingebrekestelling. Een latere sommatie in februari 2009 maakte het krediet alsnog opeisbaar wegens achterstallige betalingen.
De Rabobank wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande bedragen, rente, beslagkosten en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden toegewezen aan de zijde van de Rabobank, met uitzondering van kosten van akten na comparitie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Odevi c.s. en [gedaagde 2] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande kredieten, rente, beslagkosten en incassokosten aan Rabobank.