ECLI:NL:RBROT:2009:BI7367
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en regresvordering na kettingbotsing op Rijksweg A67
Op 7 december 2001 vond een kettingbotsing plaats op de Rijksweg A67 waarbij meerdere partijen betrokken waren. De Duitse sociaal verzekeraar BGF vordert regres voor door haar aan [persoon 1] betaalde vergoedingen, waaronder arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en behandelingskosten.
De rechtbank voegt deze procedure samen met een hoofdzaak waarin dezelfde feiten en partijen betrokken zijn. BGF stelt dat het voertuig van [gedaagde 1] een defect koelsysteem had en dat onderhoudsgebreken hebben bijgedragen aan het ongeval. [gedaagde 1] en NBM betwisten dit en overleggen een wagenfiche waaruit blijkt dat het voertuig regelmatig is onderhouden.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde 1] als werknemer niet verantwoordelijk was voor het onderhoud van het voertuig, dat door de werkgever ter beschikking was gesteld. De vordering tegen [gedaagde 1] wordt daarom afgewezen. Wel wordt HDI, als WAM-verzekeraar van [persoon 2], veroordeeld tot vergoeding van 50% van de schade, aangezien [persoon 2] en [persoon 1] ieder voor de helft aansprakelijk zijn.
Het beroep van HDI op verjaring wordt verworpen omdat stuiting van de verjaring ook via een schriftelijke aanmaning aan de verzekeraar mogelijk is. De hoogte van de schade zal nader worden vastgesteld in een schadestaatprocedure. De rechtbank beveelt een comparitie aan om het verdere proces efficiënt te laten verlopen.
Uitkomst: HDI wordt veroordeeld tot vergoeding van 50% van de schade, vordering tegen [gedaagde 1] wordt afgewezen.