ECLI:NL:RBROT:2009:BI3346
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstandsuitkering wegens voortijdig beëindigen werkstage in re-integratietraject
Eiser, een bijstandsontvanger die reeds sinds 1989 een uitkering ontvangt, beëindigde voortijdig een werkstage in het kader van zijn arbeidsintegratie. Verweerder verlaagde daarop zijn bijstandsuitkering met 50% gedurende één maand. Eiser stelde dat de maatregel onterecht was opgelegd, onder meer vanwege vermeende vooringenomenheid, onvoldoende aansluiting van de stage bij zijn capaciteiten en een beroep op het verbod van dwangarbeid volgens internationale verdragen.
De rechtbank overwoog dat eiser verplicht is mee te werken aan voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling en dat het voortijdig beëindigen van de werkstage terecht werd gekwalificeerd als onvoldoende medewerking. De werkzaamheden bij de stage werden als noodzakelijk beoordeeld voor het opdoen van werkervaring en het aanleren van arbeidsvaardigheden, ondanks eisers eerdere werkervaring.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van dwangarbeid of verplichte arbeid in de zin van het EVRM en het IVBPR, omdat eiser niet fysiek of psychisch werd gedwongen en de stage gericht was op uitstroom naar reguliere arbeid. Het beroep op artikel 13 van Pro het Europees Sociaal Handvest werd eveneens verworpen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de verlaging van zijn bijstandsuitkering wegens voortijdig beëindigen van de werkstage wordt ongegrond verklaard.