ECLI:NL:RBROT:2009:BI2830
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke veroordeling wegens bezit van grote hoeveelheid hasj na onrechtmatige doorzoeking
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het bezit van circa 265,5 kilo hasj verdeeld over twee woningen. De verdediging voerde onder meer aan dat de doorzoekingen onrechtmatig waren vanwege het niet voldoen aan de vereisten van de artikelen 96 en 97 van het Wetboek van Strafvordering, wat zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking in de woning van de verdachte onrechtmatig was verlopen, wat een onherstelbaar vormverzuim opleverde. Hierdoor werd het bewijs van 132 kilo hasj uit die woning uitgesloten en werd de verdachte daarvoor vrijgesproken. Voor de hasj aangetroffen in de woning van de broer van de verdachte, waar de verdachte toegaf de drugs te hebben verstopt, werd het bewijs wel toegelaten.
De verdachte werd uiteindelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een werkstraf van 136 uur wegens het voorhanden hebben van 133,5 kilo hasj. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn en het milder regime destijds, werd de straf gematigd. Daarnaast werd een geldbedrag van €55.650,- in bewaring gesteld, omdat niet kon worden vastgesteld dat dit bedrag verband hield met het strafbare feit.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken voor 132 kilo hasj wegens onrechtmatige doorzoeking en veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf voor 133,5 kilo hasj.