ECLI:NL:RBROT:2009:BI2716
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering bewoners tot verhuur vrijgekomen woningen in herstructureringswijk
Eisers, bewoners van een wijk in [woonplaats], vorderen dat gedaagde, een toegelaten woningcorporatie, twee leegstaande woningen in de wijk bewoonbaar stelt en verhuurt. De woningen maken deel uit van een herstructureringsproject waarbij sloop en nieuwbouw gepland zijn. Eisers baseren hun vordering op het huurgenot en de leefbaarheid van de buurt, mede onder verwijzing naar artikel 12a van het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH).
Gedaagde voert verweer dat één woning inmiddels hersteld en tijdelijk verhuurd is via een derde partij en dat de andere woning aanzienlijke brandschade en kraakschade heeft, waardoor herstelkosten van circa €30.000 nodig zijn. Volgens gedaagde is verhuur niet redelijk en is het BBSH niet rechtstreeks in te roepen door individuele huurders.
De rechtbank oordeelt dat het leeg laten staan van andere woningen het huurgenot van eisers niet aantast en dat artikel 7:204 BW Pro niet strekt tot bescherming van de leefbaarheid van de woonomgeving. Ook het BBSH geeft geen rechtstreekse aanspraak aan huurders. De controle op naleving van leefbaarheidsverplichtingen ligt bij de overheid. Het handelen van gedaagde kan niet aan de civiele rechter worden getoetst. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verhuur of ingebruikgeving van woningen wordt afgewezen en eisers veroordeeld in de proceskosten.