ECLI:NL:RBROT:2009:BI1234
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen invordering kosten bestuursdwang wegens overtreding APV Rotterdam
De gemeente Rotterdam legde bestuursdwangkosten op aan opposant wegens overtreding van artikel 4.2.11 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam. Opposant maakte bezwaar tegen het besluit, maar ontving geen beschikking op dat bezwaar. Vervolgens werden drie dwangbevelen betekend ter invordering van de kosten.
Opposant stelde dat hij de besluiten niet had ontvangen en dat hij de overtredingen niet had begaan. De gemeente betoogde dat de besluiten formele rechtskracht hadden en dat opposant tijdig bezwaar had moeten maken. De rechtbank oordeelde dat opposant onvoldoende had onderbouwd dat de besluiten geen formele rechtskracht hadden, mede omdat hij via de conclusie van antwoord op de hoogte was gesteld.
De rechtbank stelde vast dat de bestuursrechter over de rechtmatigheid van de bestuursdwangbesluiten beslist en dat in deze civiele procedure alleen de invordering van de kosten aan de orde is. Aangezien niet te verwachten viel dat de bestuursrechter de besluiten zal vernietigen, wees de rechtbank het verzet af.
Wel stelde de rechtbank de dwangbevelen buiten effect voor zover kosten en rente werden gevorderd over besluiten die opposant pas later had ontvangen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzet tegen de invordering van bestuursdwangkosten wordt afgewezen, met uitzondering van een deel van de kosten die buiten effect worden gesteld; proceskosten worden gecompenseerd.