ECLI:NL:RBROT:2009:BI0578
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid arbitragebeding in bouwcontract en bewijsvereiste overeenkomst arbitrage
In deze zaak vordert Capelse Streekbouw dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van eiseres, omdat het geschil volgens haar via arbitrage moet worden beslecht op grond van het arbitragebeding in de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken in de bouw (UAV).
De rechtbank beoordeelt of tussen partijen een overeenkomst tot arbitrage is overeengekomen. Artikel 1021 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat een arbitrageovereenkomst wordt bewezen door een geschrift dat door de wederpartij is aanvaard. Capelse Streekbouw heeft echter geen dergelijk geschrift overgelegd waaruit blijkt dat eiseres het arbitragebeding heeft aanvaard. De schriftelijke opdracht noemt de UAV niet en bevat geen deugdelijke verwijzing naar deze algemene voorwaarden.
Daarom is niet voldaan aan het bewijsvereiste voor een arbitrageovereenkomst en wijst de rechtbank de vordering van onbevoegdheid af. Tevens merkt de rechtbank op dat, indien de UAV wel van toepassing zouden zijn, het arbitragebeding vernietigbaar zou zijn omdat niet is gebleken dat de algemene voorwaarden aan eiseres ter hand zijn gesteld. De uitspraak over de kosten wordt gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdverklaring af omdat niet is bewezen dat partijen een arbitrageovereenkomst zijn aangegaan.