ECLI:NL:RBROT:2009:BH6007
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over brandschade aan zeiljacht door lekkende spiraalslang
De zaak betreft een verzekeringsvordering van [eiseres] tegen haar verzekeraars wegens brandschade aan haar zeiljacht, veroorzaakt door een lekkende spiraalslang in de kombuis. De brand ontstond doordat water uit de lekkende slang op de elektrische boiler terechtkwam. De kern van het geschil is of de schade gedekt is onder de polis, waarbij de vraag centraal staat of de lekkage het gevolg is van een van buiten komend onheil of een eigen gebrek.
[eiseres] stelt dat de schade voortkomt uit een van buiten komend onheil, onder meer doordat een monteur in 2002 de spiraalslang hergebruikte of doordat een derde een harde ruk aan de slang gaf. Verzekeraars betwisten dit en voeren aan dat de lekkage het gevolg is van slijtage en onvoldoende onderhoud, waardoor de schade niet onder de polis valt. Tevens beroepen zij zich op uitsluitingen wegens onvoldoende zorg en schending van informatieplicht.
De rechtbank oordeelt dat de polis een ruime dekking biedt en dat het beroep op eigen gebrek faalt wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing. De bewijsclausule in de polis legt de bewijslast bij verzekeraars om aan te tonen dat de schade door een niet-gedekt evenement is veroorzaakt. De rechtbank wijst erop dat het onaanvaardbaar zou zijn als verzekeraars in bewijsnood komen door het handelen van [eiseres], maar stelt dat dit nog niet vaststaat. Verder faalt het beroep op onvoldoende onderhoud en zorg, evenals op schade door geleidelijke inwerking van vocht en schending van informatieplicht.
De hoogte van de schade en de omvang van de inboedelschade blijven onderwerp van bewijslevering. De rechtbank verwijst de zaak naar een volgende rolzitting voor verdere aktewisseling en bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een volgende rolzitting voor bewijslevering en aktewisseling.